Kabelwartels die niet worden gebruikt, moeten worden afgesloten met geschikte afdichtpluggen.
Elke load cell heeft een 5-polige klemmenstrook, waardoor 4-draads load cells inclusief afscherming kunnen worden aangesloten. De klemmenstroken zijn uitgevoerd met schroefbediende cage clamp-verbindingen.
Om storingen te voorkomen, moet worden voorkomen dat er aardlussen ontstaan bij het aansluiten van de kabelafscherming.
Het trimmen van het uitgangssignaal gebeurt met 30-slagen trim-potentiometers. Verwijder de deksel en sluit de load cell-kabels aan op de printplaat. Verbind vervolgens de uitgang van de printplaat met de bijbehorende indicator.
Elke load cell-klemmenstrook heeft dezelfde aansluitvolgorde als de uitgangsklemmenstrook. Controleer of alle verbindingen goed vastzitten en of de kabels niet beschadigd zijn.
De gebruikte load cells moeten van hetzelfde type zijn, dezelfde capaciteit hebben en hetzelfde nominale uitgangssignaal (mV/V) bezitten.
Het vertinnen van de aders wordt afgeraden bij toepassingen met trillingen.
Zorg er bij het terugplaatsen van de deksel voor dat alle schroeven en de afdichting goed vastzitten. Draai ook de kabelwartels correct aan om de afdichting te waarborgen.